Supervisie

Supervisie is een erkende methode van opleiden en deskundigheidsbevordering voor mensgerichte beroepen waarin het doelgericht hanteren van de relatie tussen de werker en anderen een belangrijke rol speelt.

Supervisie is leren in en van de praktijk. De eigen werksituatie staat centraal; hoe iemand deze beleeft, daarover denkt en daarin handelt.

Voorwaarde is daarom dat supervisie regelmatig en parallel aan de uitvoering van het werk plaatsvindt, waardoor de beoogde koppeling tussen werken en leren mogelijk wordt. Deze structuur is specifiek voor het supervisieleren.

Supervisie kan onder meer ingezet worden in het kader van persoonlijke ontwikkeling, het groeien in een nieuwe functie, bij werkhervatting na langdurig ziekteverzuim, bij disfunctioneren of als voorbereiding op of ondersteuning in een situatie waarin het werk veel vraagt van iemand.

Uitgangspunt zijn de leervragen van de supervisant, degene die supervisie ontvangt. Deze kunnen betrekking hebben op de relatie met medewerkers, collega’s, de uitoefening van het beroep, het functioneren van de organisatie en de eigen plaats en positie daarin. In de gesprekken staat reflectie op het eigen handelen centraal. Er is voortdurend sprake van wisselwerking tussen handelen, terugkijken en waarderen, tot nieuwe inzichten komen, in praktijk brengen van nieuwe handelingsstrategieën en weer kritisch terugkijken.

Er wordt gewerkt volgens de richtlijnen van de L.V.S.B. De gesprekken vinden één keer in de twee weken plaats. Het aantal gesprekken varieert en is afhankelijk van de leervraag. Elk gesprek duurt 1 – 1.5 uur.